Van wie is het probleem?

Naast equine assisted coach ben ik ook trainer in Gordon communicatie. Ik ben daar niet heel actief mee bezig omdat het coachen met mijn paarden voor mij op de eerste plek komt. Toch speelt het wel een rol in mijn leven. In de opvoeding van mijn kinderen, in hoe ik omga met de mensen om me heen, ook in de coaching. Het Gordon-model is geïntegreerd in mijn leven en ik kijk zoveel mogelijk door die bril naar de mensen om mezelf, naar relaties, en communicatie.
 
Ik ben al een tijd van plan om er wat over te schrijven, en steeds kom ik niet verder dan een titel of een idee. Al snel haak ik af, omdat ik het moeilijk vind om zo’n model in een stukje tekst te verwerken. 
Want, “Gordon” roept meestal al van alles op, wat niet perse te maken heeft met het communicatiemodel. Dus is het handig om te beginnen met wat geschiedenis, wat is het en waar komt het vandaan.
 
Wie is “Gordon”?
Thomas Gordon was een Amerikaanse psycholoog. In de jaren ’60 begeleidde hij veel gezinnen, ouders en kinderen. Hij merkte al snel dat de meeste problemen waar ze tegenaan liepen vooral kwamen door problemen in de communicatie. 
Om ervoor te zorgen dat ouders met hun kinderen (en later ook programma’s voor leraren/leerlingen, leidinggevenden/werknemers, enz) op een effectieve manier zouden leren te communiceren heeft hij een model ontwikkelt.
Het is eigenlijk best een eenvoudig model, met allerlei vaardigheden die je kunt trainen (want oefening baart kunst!). Het heeft mij veel houvast en tools gegeven om mijn idealen en waarden vorm te kunnen geven.
Het model is gebaseerd op de overtuiging dat het gebruik van macht binnen relaties schadelijk is voor de relatie.
 
Het gedragsraam
De basis van het model is een raam. Stel je gewoon een raam voor, je keukenraam. Je staat binnen en kijkt door het raam naar buiten. Dat raam noemen we in het model het gedragsraam. Dat is als het ware waardoor je van binnen (jezelf) naar het gedrag van een ander kijkt. Een filmcamera zou ook van binnen naar buiten kunnen filmen. Het is dus belangrijk om te registreren wat een camera ook zou zien. Welk gedrag zie je? De kinderen die aan het voetballen zijn, een fietser die langs fietst, bouwvakkers die het huis van de overburen aan het opknappen zijn, enz. 
Allemaal gedrag wat je feitelijk kunt waarnemen. 

Nu is het zo dat je soms gedrag kunt waarnemen waar je je helemaal ok bij voelt. Zoals voetballende kinderen, een fietser die voorbij komt. 
Het kan ook zo zijn dat je gedrag waarneemt waar je je niet ok bij voelt. Bijvoorbeeld als de kinderen die aan het voetballen zijn, zo tegen de bal aanschoppen dat die in je mooie bloemetjes terecht komt, of de bouwvakkers die aan het werk zijn bij de overburen hebben de radio zo hard staan dat je er last van hebt…
 
Waarom ik niet geloof in ‘consequent zijn in de opvoeding’
In het raam zit dus een soort lijn. De acceptatiegrens noemen we die. Het ene gedrag is wel acceptabel voor je en ander gedrag niet. Die acceptatiegrens is niet een heel vaste lijn die altijd op dezelfde plek zit. Want als je moe bent na een dag hard werken met vervelende deadlines heb je misschien niet zo’n zin om te disco dansen met de kinderen, maar na een rustige of ontspannen thuisdag heb je daar wel zin in. Of als je zoontje van 10 zelf een eitje wil bakken vind je dat waarschijnlijk helemaal prima, maar als je dochter van 3 dat wil doen, heb je daar wellicht andere ideeën bij. 
Die acceptatiegrens verschilt dus; per moment, per persoon, per situatie. Dat is een van de redenen waarom ik dus ook niet geloof in consequent zijn in de opvoeding.
 
Jouw probleem of mijn probleem?
Ok, met de acceptatiegrens kun je het raam dus in tweeën verdelen. Bovenin is er geen probleem (dit noemen we ook wel het groene gebied), onderin heb ik een probleem (rode gebied). Ik heb er last van als mijn mooie bloemen knakken doordat er een bal opkomt. Ik ben eigenaar van het probleem.
 
Het kan ook zo zijn dat de ander een probleem heeft. Bijvoorbeeld als de kinderen aan het voetballen zijn, en een van de kinderen krijgt de bal in zijn gezicht. Of een van de kinderen die aan het voetballen is, vindt het vervelend dat hij de bal niet aangespeeld krijgt. Dat is dus het probleem van de ander.
 
En dit is vaak een eye-opener: we zijn regelmatig bezig met het oplossen van de problemen van een ander. Ik herken het in ieder geval bij mezelf. De kids hebben ergens mot over en ik voel me er verantwoordelijk voor dat op te lossen. Of je partner heeft gezegd dat hij zou koken, maar was het vergeten en baalt ervan dat jij het nog niet gedaan hebt. Of je collega haalt een deadline niet en zit daarover in de stress.
Dit zijn allemaal voorbeelden van problemen van een ander, met alle gevoelens en gevolgen van dien. De ander is eigenaar van het probleem, jij niet.
 
Nu jij
Is het herkenbaar voor je, dat je de problemen van de ander op wil lossen? Of dat jij je verantwoordelijk voelt voor het probleem van de ander? Dat jij ervoor moet zorgen dat de ander zich weer blij en relaxed voelt?
En hoe is het als je je realiseert dat de ander eigenaar is van zijn probleem?
 

No Comments

Post a Comment